Hoe het begon voor Éric Cantona

Éric Cantona kende een zeer bewogen loopbaan als voetballer. Waar hij de ene keer in het nieuws kwam door zijn geweldige acties op het veld, kwam hij dat de volgende keer door zijn gedrag buiten de lijnen. Het begon allemaal bij Sports Olympiques Caillolais, waar hij op zesjarige leeftijd begon en later een transfer verdiende naar zijn eerste profclub.

Al op jonge leeftijd was Éric niet bang om zijn mening te geven. Als jeugdspeler van SO Caillolais, op dat moment een van de meest gerespecteerde clubs wat betreft het opleiden van jeugdspelers, stond hij tijdens zijn eerste wedstrijden op doel. Zijn vader Albert was ook doelman en de trainers dachten dat Éric als vanzelfsprekend ook op doel wilde staan. De jonge Cantona had het na een wedstrijd onder de lat wel gezien. Hij wilde zijn creativiteit laten zien als spits. Na zijn carrière zei Cantona er het volgende over: “Als voetballer probeerde ik altijd creatief te zijn. Ik had nooit een defensieve rol kunnen spelen in een team, dan zou ik namelijk genoodzaakt zijn geweest om de creativiteit van een andere speler tegen te werken. Dat wilde ik niet.”Een paar weken later, op een toernooi voor spelers jonger dan twaalf jaar in Cannes, kreeg Éric zijn zin. Hij mocht starten als spits en Les Callois won het toernooi, aan de hand van een ontketende Cantona. Hij werd zelfs verkozen tot de beste speler van het toernooi. Af en toe keepte hij ook nog wel een wedstrijdje, maar vanaf dat moment was Éric in de belangrijke wedstrijden de onbetwiste nummer negen.

Cantona speelde uiteindelijk meer dan tweehonderd wedstrijden voor SO Caillolais, waarvan er maar een handjevol werden verloren. Niemand weet precies hoeveel doelpunten hij maakte in die periode bij de club, maar het moeten er honderden zijn geweest. De kwaliteit van zijn eerste aanname en zijn zelfverzekerdheid oog in oog met de keeper zorgden ervoor dat Éric een van de beste, zo niet de beste speler werd in de historie van Les Callois.

Toen Cantona vijftien jaar oud was speelde hij nog steeds bij zijn eerste club. De interesse van de grote clubs uit de regio bleef lang uit. Hij speelde een keer een testwedstrijd, waarbij onder meer scouts van Olympique Marseille en OGC Nice aanwezig waren, twee grote clubs uit de regio. Het waren echter niet deze clubs die interesse toonden. AJ Auxerre, dat destijds net een paar jaar een volledig professionele club was, had ook een aantal scouts gestuurd. De ploeg speelde net in de hoogste divisie en was opzoek naar jonge talenten om hun jeugdopleiding mee te versterken.

Guy Roux, de hoofdcoach van Auxerre, reed een aantal keer van Noord- naar Zuid-Frankrijk om Cantona aan het werk te zien. Hij was duidelijk onder de indruk. Ze nodigden Éric uit om een aantal testwedstrijden te spelen. De jonge Cantona accepteerde dat aanbod. Hij speelde prima en had het naar zijn zin tijdens die korte periode in Auxerre. Toch had Roux zijn zo gewilde jeugdspeler nog niet binnen.

De prestaties van Éric vielen ook op in Nice. Een grote domper voor Roux, aangezien Nice qua statuur een veel grotere club was dan Auxerre op dat moment. Cantona ging op gesprek bij Nice en Roux dacht dat hij zijn topper in spé kwijt zou raken. Nice leek zijn hand echter te overspelen, ze dachten dat de status van de club Éric er toe zou bewegen zonder na te denken voor ze te kiezen. Dat hadden ze mis. Éric vroeg, nadat het gesprek afgelopen was, om een shirt van de club. Toen hem gezegd werd dat hij er dan wel voor moest betalen, vertrok hij teleurgesteld naar huis.

Tijdens de periode van testwedstrijden in Auxerre speelde Cantona samen met een aantal andere talenten waarmee hij het goed kon vinden. Roux denkt lachend terug aan die dagen. “Er waren meerdere jeugdspelers aanwezig toen: Galtier, Darras, Mazzolini en natuurlijk Éric. Het was voor die jongens volgens mij meer een soort vakantie dan een week met testwedstrijden. Ze waren vooral onder de indruk van het zwembad. Helemaal geen groot bad, maar het leken wel kleuters toen ze in het water lagen.”

Het was echter niet het zwembad dat Cantona er toe deed besluiten voor de club uit het noorden van Frankrijk te kiezen. Ook hier vroeg hij na een afsluitend gesprek met Roux om een shirt van de club. “Een shirt was nogal wat in die tijd”, zei Roux in de autobiografie Cantona; The Rebel Who Would Be King. Toen Roux bij het vertrek van Cantona een aantal tenues in zijn rugzak stopte, had de jongen zijn keuze gemaakt. Éric moest alleen zijn ouders nog overtuigen. Hij vond dat hij klaar was voor de overstap naar Noord-Frankrijk. De eerste beslissing die hij in zijn eentje had genomen, bleek later een van de beste uit zijn leven te zijn.

Internationaal voetbal na de beruchte Brexit

De Brexit komt steeds dichterbij. Dit brengt veel veranderingen met zich mee, ook in de voetbalwereld. Zoals het er nu voor staat komen er maar drie van de negentien Nederlandse voetballers in aanmerking voor een werkvergunning. Ook bestaat de kans dat wereldtoppers als David de Gea en Juan Mata niet meer in aanmerking komen voor een werkvergunning, omdat ze recentelijk te weinig interlands hebben gespeeld. Toch zijn dit niet de enige gevaren van de Brexit.

Weinig verandering

Er zijn tal van criteria waaraan een voetballer moet gaan voldoen wil hij in aanmerking komen voor een werkvergunning in Engeland. Zo moet een speler aan minstens 45% van alle interlands van zijn land over de laatste twee jaar mee hebben gedaan. Dit kan grote gevolgen gaan hebben. “Er wordt verwacht dat er voor het voetbal afspraken gemaakt gaan worden waardoor er niet veel gaat veranderen”, geeft Danny Hesp, voorzitter van de Vereniging voor Contractvoetballers aan. “Men wil in Engeland natuurlijk wel dat de competitie op hetzelfde niveau blijft.” Uit deze uitspraken blijkt dat men nog geen duidelijk beeld heeft van wat een Brexit kan gaan betekenen binnen de voetbalwereld.

 

Onzekerheid

In maart gaat premier May van Engeland een artikel 50 in werking stellen. Dit betekent dat het Verenigd Koninkrijk binnen twee jaar een nieuw handelsverdrag af moet sluiten met de Europese Unie. Krijgen ze toegang tot de financiële markt en krijgen mensen uit het Verenigd Koninkrijk vrije toegang tot landen van de Europese Unie? Mogen bedrijven uit het Verenigd Koninkrijk exporteren naar landen uit de Europese Unie? Allemaal vragen die bij het opstellen van een nieuw handelsverdrag aan de orde komen. Weten ze het handelsverdrag niet binnen twee jaar af te sluiten dan volgt er een periode van onzekerheid.

‘Een Brexit kan grote gevolgen gaan hebben’ – Danny Hesp

41 miljard euro

Het Verenigd Koninkrijk heeft altijd meebetaald aan het meerjarenplan van de Europese Unie. In dit plan staat aangegeven hoeveel de Europese Unie gaat besteden. “Voor het Verenigd Koninkrijk gaat het om een bedrag van ongeveer 41 miljard euro”, aldus adviseur Binnenlandse Zaken Bart van Horck. Dit geld is de Europese Unie nu gewoon kwijt, omdat Engeland heeft besloten uit de Unie te stappen. De 41 miljard euro is reeds besteed, waardoor de andere lidstaten hier de dupe van worden. “Mede hierdoor moeten de Britten zich meegaand opstellen in wat Europa wil”, gaat Van Horck verder. “Bijna iedereen denkt dat het allemaal wel goed gaat komen. Nou geloof me, dat gaat niet meevallen! De rest van Europa heeft echt zoiets van: we gaan eens even een voorbeeld stellen. Wil je als land uit de Europese Unie treden, oké doe je best. Wij helpen je er niet mee.”



Internationale handelspolitiek

Het gaat dus niet makkelijk worden voor het Verenigd Koninkrijk om de relaties met de Europese Unie te herstellen. Er moet volgens Van Horck ook rekening worden gehouden met kennis die binnen de Europese Unie altijd beschikbaar was, maar nu dus wegvalt. “Internationale handelspolitiek was voorheen exclusief aan de Europese Commissie bedeeld”, legt Van Horck uit. “Dit betekent dat alle kennis hierover op het moment in Brussel (EU) zit. Stapt het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie, dan kan er geen gebruik meer worden gemaakt van deze kennis. Op dit moment zijn er in het Verenigd Koninkrijk geen mensen met kennis wat betreft internationale handelspolitiek.”

Nou denken veel mensen waarschijnlijk dat dit geen groot probleem is, maar Van Horck windt er geen doekjes om. “De Europese Unie heeft namelijk direct gereageerd op het besluit van het Verenigd Koninkrijk om de Brexit door te voeren. Alle mensen met specialistische kennis over het onderwerp internationale handelspolitiek binnen de Europese Commissie hebben namelijk een contactverbod gekregen met mensen uit het Verenigd Koninkrijk. Europa zit er heel geharnast in, ze zijn echt niet van plan om het Verenigd Koninkrijk te helpen.”

‘De Europese Unie zit er heel geharnast in, ze zijn niet van plan te helpen’ – Bart van Horck

‘Het komt wel goed’

Aan de hand van deze uitspraken mag je concluderen dat er op dit moment veel te makkelijk wordt gedacht over de Brexit. Iedereen denkt dat het allemaal wel goed komt. Danny Hesp gaf ook duidelijk aan dat hij de gevaren van een eventuele Brexit wel inziet, maar denkt dat er wel tijdig regelingen worden getroffen. “Theoretisch gezien komen veel spelers in de problemen als er niets gaat veranderen aan de regels”, aldus Hesp. “Mochten er geen regels gemaakt worden dan denk ik niet dat de spelers uit de Premier League in de problemen komen, want die vinden waarschijnlijk binnen no-time een andere club. Voor de wat mindere spelers kan het wel een probleem worden.”

Jeugdtransfers

Toch zijn er ook interessante punten aan een Brexit. Op het moment zijn internationale jeugdtransfers binnen het voetbal niet toegestaan. Volgens Royce de Vries van PR Sportsmanagement gaat dit betekenen dat Engelse clubs pas spelers uit de Europese Unie mogen kopen vanaf een leeftijd van achttien jaar of ouder. “De regelgeving omtrent jeugdtransfers is vanuit de FIFA opgelegd. In de Europese Unie mogen spelers van club wisselen vanaf een leeftijd van zestien jaar of ouder. Buiten de Europese Unie mag dat pas vanaf achttien jaar.”

 

Interlands

Zoals eerder vermeld moet een speler 45% van alle interlands over de laatste twee jaar mee hebben gespeeld om in aanmerking te komen voor een werkvergunning in het Verenigd Koninkrijk. Op dit moment komen dus maar drie van de tweeëntwintig Nederlandse spelers in het Verenigd Koninkrijk in aanmerking voor een werkvergunning. “Voor ons gaan de regels weinig uitmaken”, aldus zaakwaarnemer De Vries. “Wij zijn van mening dat een Nederlandse speler eerst door moet breken in Nederland voordat ze klaar zijn voor een stap naar Engeland.”

‘Ik verwacht niet dat er veel gaat veranderen’ – Royce de Vries

Uit de reacties van Hesp en De Vries komt duidelijk naar voren dat ze denken dat alles wel goed gaat komen. Ze zeggen dat er voor het voetbal andere regels gemaakt gaan worden, zodat spelers geen hinder gaan ondervinden wanneer ze naar Engeland getransfereerd worden. Volgens Van Horck gaat dit absoluut niet gebeuren, hij denkt zelfs dat het lastig wordt voor het Verenigd Koninkrijk om zelfstandig verder te gaan. Het wordt schrikbarend duidelijk dat er binnen het voetbal te makkelijk wordt gedacht over een Brexit. Het gaat waarschijnlijk een stuk moeilijker worden dan er nu door velen wordt gedacht!

De echte smaakmakers

Lawrence Lustig/PDC

Lawrence Lustig/PDC

Met de World Matchplay weer op de agenda leek het mij ook weer tijd voor een blog. En nee, dit keer gaan we het niet hebben over Michael van Gerwen, Phil Taylor of Gary Anderson. Deze darters zijn weliswaar absolute wereldtop, maar komen zo vaak in het nieuws dat alles wat je over ze schrijft binnen no-time oud nieuws is.

Gelukkig zijn er genoeg andere darters waarover minder bekend is, terwijl het naar mijn mening de echte smaakmakers zijn binnen het dartwereldje. Ze zorgen voor een benodigd portie humor en zijn echte publiekslievelingen. Niet de kwaliteiten van deze darters staat voorop, maar het vermogen om het publiek te vermaken. Denk aan Zuid-Afrikaan Devon Petersen, die met zijn danspasjes de hele zaal op zijn kop zet. Of Dirk van Duijvenbode, die zo onderhand wereldberoemd is met zijn hardcore opkomst. Dit is de nieuwe generatie, die weet dat je soms iets meer moet doen dan goed darten om het publiek te vermaken. Toch zijn dit niet de smaakmakers die ik bedoel.

Voor mij is het ultiem genieten als er een, met alle respect, oudere darter het podium op komt die de mensen in de zaal en voor de televisie weet te vermaken. Gewoon je pijlen gooien en normaal blijven doen. Geen Peter Wright, die eerst anderhalf uur voor de spiegel moet zitten omdat zijn haren anders niet goed zitten. Nee, ik geniet van een darter als Terry Jenkins, die gewoon zichzelf blijft. Die altijd respect heeft voor andere darters. En nooit, maar dan ook nooit de schuld bij iemand anders zoekt. Denk aan Steve Beaton, die al begon met darten voordat Van Gerwen was geboren. Beaton bleef altijd zichzelf en hield zich bezig met darten, niet met allerlei randzaken. Ook hebben we nog steeds ‘Good Old’ Ronnie Baxter. Een vertrouwd gezicht, hij is er vrijwel elk WK weer bij. Altijd zichzelf gebleven, dat werkt voor hem het best. Daarom geniet ik zo van deze darters. Ze beschikken over een geweldige dosis zelfkennis en weten waar ze goed in zijn.

Ik begrijp dat er in het hedendaagse darten, met steeds meer televisietoernooien over de hele wereld, behoefte is aan meer dan twee mannen die voor een bord pijlen staan te gooien. Je moet ten eerste over een uitzonderlijk talent beschikken. Ten tweede moet je op de één of andere manier ook het publiek zien te vermaken. De echte top van het darten is zo goed dat ze het niet nodig hebben om het publiek op een andere manier te vermaken. De mindere goden richten zich dus steeds vaker tot het vermaken van het publiek. Als dat niet met goed darts lukt, dan maar op een andere manier. Darten wordt steeds meer entertainment, daarom moeten we respect hebben voor de mannen die hier niet in mee gaan en gewoon blijven doen waar ze goed in zijn: pijlen richting een dartbord gooien.

Welterusten Wesley

Geschreven door: Job Voost

Dertien oktober afgelopen jaar. Voor de eerste keer dat ik het me kan herinneren is het Nederlands Elftal niet van de partij op een eindronde. In de kwalificatiereeks moesten we IJsland, Tsjechië en Turkije voor ons laten. Tijdens die reeks kwam ik er eigenlijk pas achter waar al die wedstrijden voor waren. In mijn beleving was het een tiental wedstrijden en tijdens de laatste wedstrijd kwam je er achter dat het Nederlands Elftal zich drie wedstrijden geleden al had geplaatst voor de eindronde. Niet dus. Dit stelletje creativiteitsloze eenheidsworsten bewees ons dat het ook anders kon. Nou, waarvan akte. We hebben het geweten. Wesley Sneijder zei dat hij leeg was, mentaal en fysiek. Ik kan hem alvast vertellen, er staat deze zomer genoeg te gebeuren. Dan zit er maar één ding op: de Belgen aanmoedigen op het EK. Voor de Duitsers juichen zit er waarschijnlijk niet in. Ik zie het nog wel gebeuren dat we allemaal Belgische vlaggetjes in de voortuin gaan ophangen en lekker Belgische biertjes gaan drinken. Het idee dat we ook Duitse vlaggen kunnen ophangen is toch een beetje maf.

Je kunt je ook verheugen op al het moois dat er komende zomer staat te gebeuren. Mooi weer, rokjesdag, mooie vrouwen kijken, bier drinken in Spanje, de Tour de France en de Olympische Spelen in Rio. Niet veel is zeker, maar die laatste twee wel. Om maar even bij de Tour te beginnen. Er moet toch iemand zijn die de wielerwetenschappers van Team Sky kan stoppen. Chris Froome, die 2 van de laatste 3 edities won, moet eens een keer op waarde geklopt gaan worden. Ik moet er niet aan denken om dit jaar weer te kijken naar de grootste wielerwedstrijd van het jaar en dan tot de ontdekking komen dat de spannendste strijd de strijd om de tweede plaats is. Dat Froome tijdens de laatste week al rustig een krantje kan lezen, een kopje koffie kan drinken, een beetje praten met een B-renner van een of andere lokale Franse wielerploeg en in de tussentijd zijn broek kan ophijsen. En dat nog met twee vingers in zijn neus. Letterlijk. Op z’n fiets. En dat allemaal terwijl Alberto Contador en Vincenzo Nibali zich helemaal de pleuris rijden om tweede te worden. Nêh, geen zin in. We hoeven in ieder geval niet met z’n allen als debielen naar Frankrijk af te reizen, want de Alpe d‘Huez zit er niet in. En we hoeven ook niet naar Frankrijk af te reizen om voetbal te kijken. Voor het geval dat je het al weer vergeten was.

Ik dacht dat het een zekerheid is dat de Spelen in Rio komend zomer gaan plaatsvinden. Maar als je daar nog eens over nadenkt, is dat nog niet zo waarschijnlijk. In een land wat in rep en roer is, omdat de president wordt afgezet, zijn de burgers het niet zo eens met de organisatie van de Spelen. Dat was eigenlijk al zo na het afgelopen WK voetbal. Dat de beleidsmakers het geld liever in sport steken dan in pakweg gezondheidszorg en onderwijs, gaat er bij de burgers niet in. Daar valt wel wat voor te zeggen. Maar dat is daar nog niet eens het grootste probleem. Het zal fijn zijn als de stadions op tijd afkomen. Gek genoeg komt een dergelijk nieuwsbericht bij elk groot sportevent langs, maar ook dit jaar wens ik de Braziliaanse bouwvakkers veel succes met het afbouwen van de stadions. Oprecht.

Maar bovenal wens ik onze hoop in bange dagen, Dafne Schippers, veel succes. Tijdens de winterspelen zijn we altijd al verzekerd van een handvol medailles bij het schaatsen. Langzamerhand is het schaatsen op de winterspelen een verkapt NK geworden. En er doen ook nog andere landen mee. Voor de vorm. Tijdens de zomerspelen ligt dat toch anders. Op de meeste atletiek onderdelen maken we geen schijn van kans. Alleen “onze” Dafne. Langzamerhand beginnen we te denken dat ze de medailles op de 100 en 200 meter voor het oprapen heeft. En als ze het niet redt, dan hebben we een nationaal trauma. Maar na een klein beetje nadenken hebben we nog een aantal kanshebbers op medailles. Denk aan Tom Dumoulin. De jonge Limburger op de fiets heeft in de laatste twee grote rondes de leiderstrui even om de schouders mogen hebben. De Tour zal dit jaar ondergeschikt zijn aan de tijdrit in Rio. Zijn specialiteit. En ook in het water kunnen we medailles halen. Het 4x 100 meter zwemkanon onder leiding van Ranomi Kromowidjojo gaat hoe dan ook een gooi doen naar de titel. En dan heb ik het nog niet eens over hockey gehad.

Misschien is het wel eens goed voor de voetballers van het Nederlands Elftal om te zien wat er nog meer in een sportzomer gebeurt. Ook zonder Oranje is en blijft het EK spannend, in de Tour is het Team Sky tegen iedereen en in Rio hebben we zomaar een paar kanshebbers op een medaille. Als Wesley na deze mooie sportzomer nog niet uitgerust is, dan weet ik het ook niet meer.

Mensur, de sluipschutter van het darts

Foto: Lustig/PDC

Foto: Lustig/PDC

Je hebt ze bij vrijwel elke sport: de sluipschutters. Bij voetbal heb je ze in de vorm van spitsen die op elk moment een doelpunt kunnen maken en bij tennis heb je spelers die vanuit het niets een geweldige bal kunnen slaan. Ook bij het darten heb je ‘sluipschutters’. Dit zijn de spelers waarvan je eigenlijk niet zoveel merkt, terwijl ze toch echt een opmars aan het maken zijn.

Beste voorbeeld is Mensur Suljovic, door velen verafschuwd vanwege zijn ‘nare’ maniertjes. Hij vertraagt het spel waar nodig, haalt de tegenstander uit zijn concentratie en heeft zelf een dartstijl die op zijn minst opvallend te noemen is. Suljovic speelt op de televisietoernooien altijd zijn eigen spelletje en weet normaal gesproken altijd de eerste paar rondes te overleven. Maar voor de vele dartfans die alleen de televisietoernooien volgen is het nog niet duidelijk dat ‘The Gentle’ een flinke opmars aan het maken is. Op de vloertoernooien speelt Suljovic vrijwel altijd goed, dit zorgt ervoor dat hij de laatste tijd snel stijgt op de Order of Merit. Met als gevolg dat je hem ook steeds vaker op televisie gaat zien, of je er nou blij mee bent of niet.

Maar toch heeft het ook z’n charmes. Het is een keer niet een ‘stereotype’ darter, iemand die zijn pijlen zo snel mogelijk richting het bord gooit, zoals je de laatste tijd steeds vaker ziet. Suljovic neemt zijn tijd voor elke pijl, en mikt net zolang totdat hij denkt dat het tijd is om de pijl weg te gooien. Onder momenten van grote druk weet hij vrijwel altijd het hoofd koel te houden.

En wat betreft het finishen is Suljovic ook anders dan de rest. Soms lijkt het wel alsof hij ten koste van alles op zijn favoriete dubbel veertien uit wil komen. Vanuit alle mogelijke posities probeert hij zich op deze dubbel te parkeren, hier voelt hij zich het best bij. Waar menig darter het geen probleem vindt op welke dubbel ze moeten gooien, lijkt dit bij ‘The Gentle’ wel het geval.

Maar niet alleen Suljovic is een zogenaamde ‘sluipschutter’, ook meer bekende darters als Terry Jenkins en Brendan Dolan kunnen tot deze groep gerekend worden. Ze spelen oerdegelijk op de televisietoernooien, maar vallen eigenlijk nooit echt op. Maar door de goede prestaties op de vloer weten ze toch hoog op de Order of Merit te blijven. Dit maakt de dartsport zo mooi. Het is niet noodzakelijk om geweldig te spelen op televisietoernooien om mee te doen in de top. Op vloertoernooien wordt de basis gelegd voor een succesvolle carrière, al willen de meeste darters natuurlijk ook op de televisietoernooien succesvol zijn.

Matchfixing, je ziet het overal

Australian-OpenDe matchfixingschandalen op de voetbalvelden en het dopinggebruik onder wielrenners. Twee voorbeelden van verboden praktijken binnen de sportwereld. Deze week kwam daar nog een nieuw geval bij: het manipuleren van tenniswedstrijden.

Op basis van gelekte documenten uit de tenniswereld wordt verondersteld dat er ook binnen deze sport matchfixing plaatsvindt. Minstens tien tennissers worden verdacht van het manipuleren van wedstrijden. Dit zijn niet de minste tennissers, want volgens de BBC en Buzzfeed News zitten er meerdere spelers uit de top van het mondiale tennis tussen. Dit is hoogst opmerkelijk te noemen, omdat matchfixing normaal gesproken in de onderste regionen van een sport plaatsvindt.

Bij het voetbal was het een al langer bekend probleem. Spelers van kleine clubs in de onderste regionen van de sport worden benaderd met de vraag of ze  een wedstrijd wat minder willen spelen. Als ze dit onopvallend doen, elke speler speelt natuurlijk wel eens een slechte wedstrijd, verdienen ze er een aardig zakcentje bij. Hier zit ook het gevaar van matchfixing. Het is moeilijk om (legaal) te bewijzen dat er sprake is van matchfixing. Iwan van Duren en Tom Knipping van het tijdschrift Voetbal International hebben met hun boeken Voetbal&Maffia 1 en 2 al aangetoond dat er op grote schaal sprake is van matchfixing. In deze boeken werd ook al duidelijk dat het manipuleren van wedstrijden niet alleen voorkwam in de lagere regionen van de sport, maar ook op het hoogste niveau.

De verhalen rondom Lance Armstrong zijn veruit de bekendste binnen de wielersport. De meervoudig winnaar van de Tour de France werd in een later stadium betrapt op het gebruik van verboden middelen. Het is natuurlijk makkelijker om te controleren op doping dan op matchfixing. Dopinggebruik kan op verschillende manieren aan het licht gebracht worden. Het controleren op matchfixing ligt toch iets gecompliceerder.

Niemand gaat ervan uit dat een wereldtopper als Rafael Nadal een wedstrijd manipuleert. Dit soort spelers hebben dat toch helemaal niet nodig om een wedstrijd te winnen? Ik geloof zelf ook niet dat één van de ‘grotere’ spelers meedoet aan matchfixing, maar ze kunnen er wel bij betrokken raken. Voor goksyndicaten is het verleidelijk om een speler die tegen een wereldtopper moet te benaderen. Deze speler doet op sommige momenten wat minder zijn best en verliest daardoor vrij simpel. Maar voor de ‘gokkers’ is het dan wel honderd procent zeker dat de favoriet wint. Deze manier van matchfixing is moeilijk op te sporen, want er werd toch al verwacht dat de omgekochte sporter zou verliezen.

Wat de gevolgen zijn van dit onderzoek is nog niet bekend. De ATP kwam met een korte, inhoudelijke reactie en wou niet teveel vrijgeven. Zie het filmpje hieronder voor meer informatie:

”BDO is nog steeds de grootste organisatie”

BDO

PDCVoor de neutrale kijker lijkt het verschil tussen de Professional Darts Corporation (PDC) en de British Darts Organisation (BDO) steeds groter te worden. Is dit ook echt zo, of wordt dat beeld geschetst vanuit de media?

Voor veel liefhebbers valt de overgang van het wereldkampioenschap van de PDC naar het wereldkampioenschap van de BDO zwaar. Het verschil in kwaliteit is aanzienlijk, vooral als je de hoge gemiddeldes van de PDC gewend bent. Volgens RTL7-presentator en dartsdeskundige Jacques Nieuwlaat is dat een vertekend beeld. ‘’Je eindigt bij een finale van het WK van de PDC en komt binnen bij de eerste ronde van Lakeside, het WK van de BDO. Dat is natuurlijk geen eerlijke vergelijking. De media houden het beeld dat het niveau bij de PDC hoger is graag in stand.’’

Voor de BDO is het vaak niet mogelijk om de beste spelers binnen de organisatie te houden, daarvoor zijn de financiële middelen simpelweg niet beschikbaar. Waarom besluiten sommige darters dan toch om bij de BDO te blijven? Volgens directeur van de Nederlandse Darts Bond (NDB) Niels de Ruiter komt dat door de charmes die de BDO met zich meebrengt. ‘’Het WK van de BDO, Lakeside, wordt nog steeds gezien als ‘The Home of Darts’. De plek waar het allemaal begonnen is.

De BDO blijft qua leden nog steeds de grootste. Dit komt volgens De Ruiter door het feit dat de meeste darters de sport zien als een hobby. De toernooien van de BDO zijn dan veel aantrekkelijker. ‘’De BDO speelt nog steeds een erg belangrijke rol bij het opleiden van jeugd. De meeste spelers beginnen bij de BDO om dan later eventueel over te stappen naar de PDC.

Het is dus wel degelijk een feit dat het verschil tussen de twee organisaties steeds groter wordt. De verschillen in prijzengeld, televisietoernooien en kwaliteit worden ook steeds groter. Het is aan de BDO om te beslissen of ze willen concurreren met de PDC. Anders blijven ze een organisatie waar darters zich ontwikkelen om in een later stadium over te stappen naar de PDC.

´Jabba´, geweldenaar met beperkt zicht

jamiecaven1

Jamie Caven

Stel je voor, je ziet maar met één oog. Alles wordt anders. De dingen die voor anderen vanzelfsprekend zijn, zijn dat voor jou niet. Je moet met één oog erg goed kunnen zien om het enigszins te compenseren. Daarom is het ook extra knap dat Jamie Caven de derde ronde van het WK 2016 heeft gehaald. De darter uit Leicester, ook blind aan één oog, dart al vanaf 2007 voor de PDC en heeft in 1993 het wereldkampioenschap voor de jeugd gewonnen.

Je ziet hem elk jaar weer voorbijkomen op het wereldkampioenschap. De beste man is niet uit het veld te slaan. Op twintigjarige leeftijd werden er zelfs tumoren op zijn alvleesklier ontdekt, deze werden verwijderd en sindsdien moet Caven zich vier maal op een dag een insuline-injectie toedienen.

Iedereen zal nu wel in de gaten hebben dat het leven van Caven niet over rozen gaat. Menigeen zou zich uit het veld laten slaan met beperkingen zoals die van Caven. Dit onderschrijft de wilskracht en het doorzettingsvermogen van de darter. Hij heeft zijn hoofd nooit laten hangen en heeft er veel uren voor getraind om op een geweldig niveau te kunnen darten.

Bij veel darters is een gebrek aan doorzettingsvermogen en wilskracht de grootste valkuil. Bij een Michael van Gerwen of Phil Taylor hoef je er niet aan te twijfelen of ze genoeg doorzettingsvermogen hebben, maar bij de spelers tussen plaats 16 en 32 op de Order of Merit zitten er een groot aantal die op sommige momenten net niet genoeg doen om de top zestien te halen. Natuurlijk zijn er ook spelers die het steeds hoger wordende niveau gewoon niet meer aankunnen, zoals Wes Newton en Andy Hamilton. Laatstgenoemde is misschien wel één van de hardste werkers binnen het circuit, maar hij krijgt zijn niveau niet meer op dat van de voorgaande jaren.

Voor een darter met maar één ´werkend´ oog is het dus gigantisch knap om 22e te staan op de Order of Merit. Dit betekent dat je elke week een goed, constant niveau moet halen, af en toe een toernooi moet winnen en er voor moet zorgen dat je blijft trainen. En Caven blijft trainen, blijft beter worden, en blijft stijgen op de Order of Merit. Een goed resultaat op dit WK kan betekenen dat hij nog verder gaat stijgen. Misschien zit er in de toekomst zelfs een top zestien klassering in voor ‘Jabba’, al zal hij dan wel een aantal goede darters voorbij moeten gaan. Persoonlijk hoop ik dat Caven het goed gaat doen in de volgende rondes, een beter voorbeeld voor beginnende darters is er niet!

 

Nederland en zijn geweldige scheidsrechters

KNVBBWe roepen het wel vaker in Nederland. Wat mogen we toch blij zijn dat we zo’n beetje het beste scheidsrechterskorps van Europa, misschien wel van de wereld hebben. Eerlijk toegegeven, met Björn Kuipers hebben we ook één van ’s werelds beste scheidsrechters. Maar wat er daarna volgt is een lijst met scheidsrechters waarvan een groot deel nog niet het niveau heeft dat we verwachten. Dit zorgt er niet alleen voor dat mensen zich daar mateloos aan ergeren, maar dat voornamelijk de kleine teams het zwaar te verduren krijgen.

Neem de wedstrijd van Heracles Almelo tegen Feyenoord van afgelopen weekend. Dat het lastig is om in een gigantisch sfeervolle Kuip te fluiten begrijp ik, maar daarvoor ben je opgeleid tot scheidrechter toch? Je moet kunnen presteren onder druk. Scheidsrechter van dienst was Bas Nijhuis, naar mijn mening één van de betere scheidsrechters van Nederland. Maar weer liet hij zich beïnvloeden door een groot stadion, en wat me de laatste tijd opvalt is dat de uitspelende en meestal ‘kleinere’ club hiervan de dupe is. Tegen Heracles was er die vreselijk irritante Michiel Kramer die de hele boel liep op te naaien, Gustafson die het een goed idee vond om Fledderus een elleboog tussen de ribben te geven en nogmaals Kramer die na het tweede doelpunt van Feyenoord besloot om even langs te gaan bij Wout Weghorst en kort daarvoor Ramon Zomer zelfs een rode kaart had aangesmeerd. Maar daar hadden we het niet over.

Ik betrap de scheidsrechters er steeds vaker op dat ze het makkelijker vinden om voor zo’n vol stadion bij Ajax, Feyenoord en PSV voor de thuisploeg te fluiten. Ongelooflijk, maar waar. Dit gebeurt niet alleen bij de scheidsrechters die nog niet zo lang meelopen, maar ook bij gerenommeerde namen als Kuipers, Nijhuis en Van Boekel. Waar wordt een scheidsrechter voor opgeleid bij de KNVB? Om een wedstrijd zo goed mogelijk, neutraal en onpartijdig te fluiten. Wordt het ze tijdens de opleiding niet geleerd om te gaan met een volgepakt stadion? Misschien is de druk ook wel hoog als je in een vol stadion staat te fluiten, maar als je daar niet tegen kan moet je niet gaan fluiten in de Eredivisie.

Menig voetbalsupporter vindt het prachtig dat de ‘traditionele’ top drie op het moment weer in de race is om het kampioenschap. Naar mijn mening steeds maar weer geholpen door de scheidsrechters. Menigeen zal zeggen dat dit onzin is, maar let er maar een keer op tijdens een wedstrijd. Een speler van Ajax, Feyenoord of PSV trekt aan het shirtje van zijn tegenstander. De scheidsrechter fluit, geeft een vrije trap aan de tegenstander. Logisch toch? Probeert de tegenstander dit bij een speler van één van die drie clubs is er een gele kaart voor de speler in kwestie. Dit soort kleine dingen zorgen ervoor dat de grotere club altijd in het voordeel is. En, met een klein beetje cynisme in mijn stem, durf ik best te zeggen dat dit ervoor gezorgd heeft dat de traditionele top drie het op het moment zo goed doet.

De toekomst van Andy Fordham

3Fordham-Andy-005

Andy Fordham

WOLVERHAMPTON – ‘’Het was prachtig om hem weer op het podium te zien. Ik vond het heel mooi om zo’n BDO icoon tussen de spelers van de PDC te zien staan’’. De fans van Fordham zijn blij dat hij weer is teruggekeerd op het hoogste niveau. Directeur van de Nederlandse Darts Bond, Niels de Ruiter, is ook blij met de terugkeer. Fordham maakte zijn rentree op de Grand Slam of Darts. Door een kwalificatietoernooi te winnen in Hull mocht hij zich na lange tijd weer meten met de beste darters van de wereld.

Fordham zakte voorafgaand aan zijn eerste wedstrijd op het WK van 2007 in elkaar. Na een lange revalidatie is hij er weer bovenop. Voor de eerste keer sinds dat moment gooide Fordham zijn pijlen weer tegen de beste darters van de wereld, en dat deed hij verdienstelijk. Volgens RTL7 darts presentator Jacques Nieuwlaat is het afwachten of Fordham dit niveau vaker kan halen. ‘’Ik was blij dat Fordham niet op uitnodiging of via een wildcard binnen is gekomen bij de Grand Slam of Darts, maar dat hij echt iets heeft moeten presteren om er te komen. Bij het kwalificatietoernooi deden bijna alle topspelers uit de wereld mee, dus als je daar doorheen komt dan verdien je het ook om te spelen. Ik heb mensen gesproken die er bij waren die dag en hij schijnt echt fantastisch gespeeld te hebben. Het zit er dus nog wel in’’.

Uiteindelijk strandde Fordham in de groepsfase van het toernooi, maar je kon aan alles zien dat hij er van genoot om weer op het podium te staan. In zijn eerste wedstrijd tegen Adrian Lewis kwam hij zelfs met tranen in zijn ogen het podium op. Nieuwlaat: ‘’Toen Fordham in 2007 eenmaal van het podium verdwenen was, werd de aandacht voor hem ook een stuk minder. Dat betekent dat je de aandacht die je al die jaren hebt gehad gaat missen’’.

Fordham heeft zich dit jaar niet weten te kwalificeren voor het WK van de BDO. Hij hoopt er volgend jaar weer bij te zijn. Volgens De Ruiter moet Fordham constanter worden om het WK te halen. ‘’Als ik kijk naar zijn totale spel op de Grand Slam of Darts moet het allemaal nog wel iets zelfverzekerder gaan worden wil hij over een heel jaar lang genoeg punten gaan halen om het WK te bereiken’’.